De Sport zonder ziel

 
“La Primavera”. Milaan – San Rema Voor het eerst een prooi voor Tadej Pogacar. Er was een tijd dat wielrennen nog rook naar nat asfalt, zweet en kettingolie. Geen cijfers, geen schermpjes, geen eindeloze grafieken. Gewoon mannen op fietsen die vochten tegen elkaar, tegen de berg, tegen zichzelf. Je zag het lijden, je voelde het in je eigen benen terwijl je thuis op de bank zat.
En ja, ook toen werd er gesjoemeld. Laten we daar niet kinderachtig over doen. Maar zelfs in die schemerzone bleef er iets overeind: de mens. De breekbaarheid. De dag dat iemand een slechte dag had en gewoon loste. Dat hoorde erbij.
 
Nu kijken we naar een andere wielerwereld.
Een wereld waarin alles gemeten wordt, berekend, geoptimaliseerd. Waar de koers niet meer openbreekt, maar wordt uitgereden volgens plan. Waar een renner als Tadej Pogačar ogenschijnlijk boven alles en iedereen uitstijgt. Niet één keer, niet toevallig, maar structureel. En precies daar begint het te wringen.
Want sport hoort niet perfect te zijn. Natuurlijk is het kanp dat Tadej wint na een val vlak voor de Cipressa, Van der Poel kon de gevallen wereldkampioen niet ontwijken en viel ook. Maar was de winst helemaal onverwacht? 
 
Sport hoort te schuren.
Als iemand alles kan, altijd, overal, zonder zichtbare barst, dan verdwijnt het verhaal. Dan blijft er geen strijd over, maar een demonstratie. En demonstraties horen thuis in een laboratorium, niet op de flanken van een berg.
Men zal zeggen: het is de vooruitgang. Data. Wetenschap. Voeding. Training. Allemaal waar. Maar vooruitgang zonder twijfel is geen vooruitgang, dat is vervreemding.
We hebben dit eerder gezien.
Met Lance Armstrong geloofden we ook wat we zagen. Tot het kaartenhuis instortte en bleek dat wat bovenmenselijk leek, simpelweg niet menselijk was.
 
En nu zitten we met de erfenis daarvan.
We geloven niet meer.
Of beter gezegd: we durven niet meer te geloven.
De tragiek is dat de sport dat zelf heeft veroorzaakt. Jaar na jaar, leugen na leugen, tot het vertrouwen zo dun werd als een versleten band op een kasseistrook. En dus haakt de liefhebber af. Niet omdat hij het niet meer mooi vindt, maar omdat hij het niet meer voelt. Omdat hij niet meer weet waar hij naar kijkt. Omdat bewondering plaats heeft gemaakt voor argwaan.
Misschien is dat wel de grootste nederlaag van het moderne wielrennen.
Niet de doping.
Niet de dominantie.
Maar het verlies van geloof.
En zonder geloof… is zelfs de mooiste overwinning leeg.