Rode Loper

Je loopt de Petruskerk in Uden binnen… en vanzelf vertraag je.
Daar ligt hij.
Die rode loper.
 
Als een warme lijn door het midden van de kerk, recht naar voren, recht naar het hart.
Langs de banken die al generaties hebben gedragen.
Langs de stilte die hier anders klinkt dan buiten.
In deze kerk is die loper geen aankleding.
 
Hij is een weg.
 
Bij elke mis wordt hij opnieuw bewandeld.
De priester die opkomt, de misdienaars erachteraan, stappen die niet gehaast zijn maar gedragen.
Alsof de tijd hier even buigt voor wat er gaat gebeuren.
Voor het moment waarop het gewone wordt opgetild,
waar brood en wijn meer worden dan wat ze lijken.
 
En op de grote dagen in Uden…
Kerstmis, als het licht zacht door de ramen valt.
Pasen, wanneer hoop bijna tastbaar wordt.
Dan leeft die loper nog meer.
 
Dan draagt hij de voetstappen van een hele gemeenschap.
Mensen die komen met hun verhalen, hun zorgen, hun dankbaarheid.
Voorin wacht het altaar.
Verhoogd, in het licht, bijna als een ankerpunt in de ruimte.
Geen afstand, maar richting.
En de kaarsen…
die branden zoals ze hier al zo vaak hebben gebrand.
Stil, trouw, zonder opsmuk.
 
Als kleine bakens van hoop in een wereld die vaak te snel draait.
Misschien is dat wat de Petruskerk zo bijzonder maakt.
Dat alles hier nog klopt.
Dat een rode loper geen tapijt is, maar een pad.
Dat een kerk geen gebouw is, maar een plek waar het leven even stil mag staan.
 
En als je daar dan loopt…
over dat rood, naar het licht…
dan voel je het.
Dit is Uden.
En dit is van ons allemaal.

Plaats een reactie