1989 Alles komt goed

Er zijn foto’s waar je niet gewoon naar kijkt.
Je valt er een beetje in.
De Markt in Uden, 1989. Ik was 22. Nog jong genoeg om te denken dat alles nog moest beginnen. Werk, leven, plannen, fouten maken, opnieuw beginnen, alles lag nog zo’n beetje voor me.
En nu kijk ik naar die foto en denk ik: verrek, dit is alweer 37 jaar geleden.
 
Links zie je de Albert Heijn van toen, waar later Scapino zat. Achter die AH lag de Flipperbar nog verscholen in het straatbeeld. Verderop stond de busremise, op de plek waar nu juist weer de Albert Heijn zit. Daarnaast het huis en bedrijfspand van Van Grinsven.
Een soort Udense schuifpuzzel, maar dan eentje waar je eigen leven tussen zit.
En die glascontainers natuurlijk. Vaal, lelijk, vol posters en vaak met troep eromheen. Maar ze hadden wel iets. Leeggoed erin gooien was geen stille handeling, dat was een klein concert. Kletter, kleng, rinkeldekinkel. En eerlijk is eerlijk, als je jong was gooide je die fles er natuurlijk nét wat harder in dan nodig was.
Eerst ging al het glas gewoon bij elkaar. Later moest het ineens op kleur. Groen, bruin en wit apart. Eerst met losse containers, daarna met compartimenten. En uiteindelijk verdwenen die lelijke herriebakken ondergronds. Netter, stiller, mooier misschien. Maar ook weer een beetje minder echt.
 
Wat vooral opvalt: de façade van de Markt is in die 37 jaar compleet veranderd. Niet een beetje opgefrist, maar echt van gezicht gewisseld. Waar je toen nog losse panden zag met ieder hun eigen functie en rommelrandje, zie je nu een veel strakker centrumbeeld. Appartementen, winkels en horeca, keurig in het gelid.
Vooruitgang? Ja, natuurlijk.
Maar er is ook iets verdwenen.
De Markt was toen nog een mengsel van winkels, bussen, café, transportbedrijf, glasbakken en gewone Udense bedrijvigheid. Niet mooier misschien. Niet beter in alles. Maar wel rauwer. Gewoner. Minder bedacht.
 
1989 was het jaar waarin de Berlijnse Muur viel en de wereld begon te kantelen. De wereld leek ineens veiliger te worden. Sterker nog: Europa leek onderweg naar een soort eeuwige vrede. Grenzen gingen open, vijanden werden buren, en de toekomst leek even minder dreigend.
Helaas bleek dat ook een utopie.
De geschiedenis nam alleen een andere bocht. Niet meteen, niet op die foto, niet op die Markt in Uden. Daar liep het leven gewoon door. We deden boodschappen, wachtten op de bus, gooiden glas in de bak en dachten dat morgen ongeveer hetzelfde zou zijn als vandaag.
Alleen hadden we toen niet door hoe snel alles kon veranderen. Niet in de wereld. Niet in Uden. En ook niet in onszelf.
 
Ik was 22.
Ik moest nog aan alles beginnen.
En nu kijk ik naar deze foto en denk ik:
dat was mijn Uden. Je wist niet beter dan’…alles komt goed”
 

Uden lijkt te kiezen voor realisme: Mega Kermis 2026 slaat nieuwe weg in

 
 
UDEN – Van vrijdag 17 juli tot en met zondag 26 juli verandert de Uden weer in het kermisparadijs van de regio. Hoewel de definitieve lijst op woensdag 13 mei officieel wordt gepresenteerd, wijst alles erop dat de kermis dit jaar een duidelijke koerswijziging doorvoert. Niet langer de jacht op superlatieven, maar kiezen voor kwaliteit, eigenheid en regionale kracht.
De organisatie lijkt de drang om “de grootste” of “de beste” van Nederland te willen zijn los te laten. In plaats daarvan ontstaat een opstelling die logischer aanvoelt, compacter is en beter past bij de bezoekers waar het uiteindelijk om draait: de mensen uit Maashorst, Oost-Brabant en Noord-Limburg.
 
De transformatie van het Mondriaanplein
De meest zichtbare verandering ligt op het Mondriaanplein. In de edities van 2023 tot en met 2025 groeide dit terrein uit tot zorgenkind. Grote attracties stonden er, maar het publiek bleef weg. Het plein werd te vaak overgeslagen.
Dit jaar kiest de kermis voor realisme. Het Mondriaanplein wordt geen trekker meer, maar vooral een doorsteek. Een verbinding vanaf de Sacramentsweg richting De Misse en het Bevrijdingspark.
Met de Gravitron, een Lunapark en enkele kramen blijft het kermisgevoel behouden, maar zonder geforceerde drukte. Het plein hoeft niet langer te presteren. Het mag gewoon meedoen.
 
Krachtige kern op Markt en Nieuwe Markt
Waar het Mondriaanplein afbouwt, bouwen de Markt en de Nieuwe Markt juist op. Daar ligt de motor van de kermis. Met het Udense debuut van de Reactor, de Sky Screamer, de Gladiator, de XXXL Inversion en het Tirolerdorp van Ropers staat hier een blok dat wél trekt. Ook de Botermarkt profiteert van de nieuwe koers. De Eclipse en de Beach Party, eerder nog op het Mondriaanplein, staan nu op een plek waar ze beter tot hun recht komen. Samen met de teruggekeerde Power Surge ontstaat hier een compact plein voor actie en beleving.
 
Regionale kracht boven Europese ambitie
Misschien wel de belangrijkste verandering zit niet in staal, maar in denken.
Jarenlang keek de kermis naar grotere namen. Tilburg. Düsseldorf. Europese grootheden waar simpelweg niet tegenop te boksen valt. Maar die vergelijking werkte verlammend. Wie blijft kijken naar een ander, komt zelf niet in beweging.
Uden lijkt dat nu beter te beseffen.
De kermis kiest niet langer voor de illusie van “meedoen met de Europese top”, maar voor de realiteit van de eigen kracht. Met ongeveer honderd kassa’s is het natuurlijke plafond bereikt. En dat is geen zwakte, maar een gegeven. De winst zit niet in méér, maar in beter.
 
Dat vraagt ook iets van de organisatie zelf. Minder reageren, meer sturen. Minder afwachten wat Tilburg doet, en zelf eerder schakelen. En misschien nog wel belangrijker: durven loslaten. Want een kermis van dit formaat volledig op één paar schouders laten rusten, wringt op termijn. Vernieuwing vraagt om ruimte, om meerdere stemmen, om frisse blikken.
Een kermis die weer van zichzelf wordt
De Mega Kermis Uden 2026 is geen schreeuwerige revolutie. Het is een stille koerswijziging. Minder bravoure, meer richting. Minder vergelijken, meer vertrouwen.
Niet groter.
Maar beter.
 
Voorlopige attractielijst Mega Kermis Uden 2026
(Definitieve lijst volgt na presentatie op 13 mei)
Markt & Nieuwe Markt
Reactor – Vet
Sky Screamer – Bosma
Gladiator – Buwalda / Kriek
XXXL Inversion – Van de Wiel
Europarad – Vallentgoed
Turbo Polyp – Boesveld
Super Mouse – De Voer
Zombie – Steinbauer
Autoscooter – Van Tuyl / Verstappen
Airforce – Dauphin
Super Miami XXL – Terpstra / De Voer
Snow Jet – Van der Veen / Bulham
Heroes City – Zuidema
Destroyer – Cameron
Rescue – Van Hezik
Fly Zone – Smulders
Le Grand Carrousel – Van Dam
Tirolerdorp – Ropers
Botermarkt
Eclipse – Pourrier
Beach Party – Gijsberts
Power Surge – Vallentgoed
Power Dancer – Witte
Mondriaanplein
Gravitron – Elesen / Aerts
Cake Walk ‘Sjimmy’ – Roels
Bevrijdingspark
Aladdin / Fantasy Flight – Zuidema / Rijs
Baby Sport – Stuy / Van Griensven
Crazy Tea Cups – Ropers / Duursma
Dragon – Lemmerman
Jumbo – Ordelman
Kinder Zweef – Van der Land
Mini Race Baan – Boschker / Lutgens
Paradise Express – Verstappen
Race O Rama – De Voer
Reis door Toverland – Stuy / Hoefnagels
World of Living Dinosaurs – Velthuis / Mulder

De Leijgraaf

Je kijkt naar de Leijgraaf en het oogt rustig, bijna vanzelfsprekend. Water dat z’n weg vindt, knotwilgen langs de kant, een pad waar je zo overheen loopt. Maar dit is niet zomaar een sloot die hier toevallig ligt. Dit land had ooit een probleem, en dat zie je vandaag niet meer, juist omdat het opgelost is. Dit gebied ligt op een overgang in de bodem. Hier loopt de Peelrandbreuk, bij ons ook wel de Udense breukrand genoemd. Dat is een niet overal zichtbare lijn, maar wel eentje die invloed heeft. Aan de ene kant wat droger, aan de andere kant blijft het water hangen. Het zakt hier slecht weg en kan van onderaf blijven komen. En dat maakte het vroeger gewoon lastig land. Overigens loopt de Leijgraaf niet exact over die breuklijn heen, maar ernaast, in het gebied waar je er het meeste last van had.
De grond was zwaar en nat. Na regen bleef het water staan, en ook zonder regen kon het hier drassig zijn. Voor boeren betekende dat: wachten, aanpassen, en soms gewoon pech hebben. Dus werd er ingegrepen. Niet ingewikkeld, maar praktisch. Waar het nat blijft, moet het water weg kunnen.
 
Waarschijnlijk is de Leijgraaf begin zeventiende eeuw gegraven. In bronnen wordt 1609 genoemd als het moment waarop werd besloten dit gebied beter te ontwateren. Geen groot project zoals we dat nu kennen, maar gewoon beginnen en doorwerken, net zolang tot het water een weg had.
De Leijgraaf begint grofweg in de omgeving van Boekel, stroomt via het gebied rond Uden en loopt vervolgens door richting Heeswijk-Dinther, waar hij uiteindelijk net voor Middelrode in de Aa uitkomt. In totaal gaat het om een watergang van ongeveer 20 tot 25 kilometer.
En zo kwam die rechte lijn in het landschap. Een watergang zonder franje, die doet wat nodig is.
En dan zie je zo’n moment in april 2020. De knotwilgen lopen weer uit, nog pril groen aan de takken. Het Udense Broek komt langzaam uit de winterslaap. Het land wordt wakker, stap voor stap.
 
En ondertussen doet de Leijgraaf wat hij altijd gedaan heeft. Hij voert af, houdt het droog genoeg, zonder op te vallen. Maar waar het ooit puur ingrijpen was, lijkt het nu bijna één met de natuur. Geen groot duurzaamheidsproject met labels en plannen, maar gewoon iets dat al eeuwen laat zien hoe je met het landschap samen kunt werken in plaats van ertegenin.
Geen groot verhaal, geen poeha. Maar wel precies zoals het hier hoort.

1964

Je kijkt naar deze schets en je voelt het meteen. Dit is Uden zoals het was… en tegelijk al niet meer. De kerk staat nog midden in het dorp. Stevig en vertrouwd. Daaromheen het gewone leven, zoals het al jaren gaat.
Maar kijk iets verder. Aan de randen verandert het. Daar komen gebouwen bij die er eerst niet waren. Fabrieken, werkplaatsen. Geen koeien meer, maar machines. Geen stilte, maar geluid van werk.
 
Uden zit rond de 18.000 inwoners en het groeit. Niet in één klap, maar je merkt het wel. Er komt steeds iets bij. Een straat, een huis, nieuwe mensen. En boven het dorp gebeurt ook wat. Vanaf Vliegbasis Volkel trekken straaljagers hun sporen door de lucht. De Thunderstreak komt over. Hard, soms laag. Dat geluid hoort er ineens bij. Je kijkt even op en gaat weer door. De basis is een forse aanjager, zorgt voor werk en trekt nieuwe inwoners naar Uden.
In het gemeentehuis wordt ondertussen de lijn uitgezet. Tot het najaar van 1964 door burgemeester Van Kemenade. Daarna neemt burgemeester Schampers het over. Twee mannen aan het roer van het dorp, met hetzelfde doel: Uden vooruit helpen.
 
En zo gaat het dan ook.
 
Op straat zie je het gebeuren. Mensen die het land nog kennen, maar ’s morgens gewoon naar de fabriek gaan omdat daar het werk ligt. Het dorp wordt voller. Nieuwe huizen, nieuwe gezichten. En niemand die het hardop zegt, maar je merkt het wel: het Uden van toen raakt langzaam op de achtergrond.
 
De schets die je ziet is gemaakt in Photoshop, van oorsprong gewoon een luchtfoto. Maar een foto is snel. Even klikken en klaar. Een schets neemt de tijd. En misschien past dat beter bij 1964. Omdat die tijd inmiddels 62 jaar achter ons ligt… en je hem niet vluchtig vastlegt, maar bijna opnieuw moet tekenen om hem te begrijpen.

D’n Dijk bij Groenewoud

Ik sta op d’n Dijk, in het voorjaar van 1916. De lucht is zacht, het land nog vochtig van de winter en alles ruikt naar nieuw begin. Voor me staat dat huis, Groenewoud 4. Net klaar, nog maar een jaar oud. Je ziet het meteen. De stenen ogen fris, het hout nog licht van kleur. Dit is geen oud huis, dit is iemands toekomst, pas neergezet, met moeite en met hoop.
Geen groots huis, maar wel met karakter. Zo’n plek waar je trots op bent als je ’s avonds de deur achter je dichttrekt. Een plek waar licht brandt achter de ramen en waar gewerkt is om het zover te krijgen. Aan de overkant het klooster, stil zoals altijd. Daar leven ze hun leven in gebed en regelmaat, afgescheiden van alles. Hier buiten gaat het anders. Hier wordt gewerkt, elke dag opnieuw, zonder veel woorden.
 
d’n Dijk ligt er rustig bij. Af en toe een kar, iemand te voet, misschien een fiets. Verderop hoor je de tram en nog verder de trein over het Duits Lijntje. Alsof de wereld langs je heen trekt, maar jou net niet meeneemt. Je staat hier, met twee voeten op het zand, en morgen begint alles gewoon weer opnieuw.
 
Vorig jaar werd Uden ineens een vluchtoord. De Eerste Wereldoorlog. Duizenden Belgen kwamen hierheen, op de vlucht voor de oorlog. Aan de rand van het dorp verrees een heel houten dorp erbij. Het leven veranderde daar, maar hier… hier gaat het door zoals het altijd ging. Want de oorlog zelf blijft op afstand. Nederland blijft erbuiten en dus ook Uden. Geen kanonnen, geen soldaten op straat. Alleen het besef dat het ergens anders anders is.
 
Ik kijk nog eens naar dat huis en denk aan de mensen die er wonen. Die het net hebben opgebouwd, die hopen dat het blijft staan en dat het goed blijft gaan. En dan gebeurt er iets vreemds. Alsof de tijd zelf even verschuift.
Want de foto die je nu ziet, met dat warme licht, die auto ervoor en die bomen eromheen, is gemaakt in 2014. Bijna honderd jaar later.
 
En dat huis… staat er nog steeds.
Alsof het al die tijd gewoon is blijven wachten. Op iedereen die hier langsloopt, even stil blijft staan en denkt: hier begon het ooit.

De Engelbewaarder – zoals ik het meemaakte

Ik liep daar als kind, zonder dat ik wist dat het bijzonder was. In 1971 ging ik voor het eerst naar school, laat in het jaar geboren en dus gewoon mee met de lichting van ’67. De Kapelstraat in Uden, met aan de ene kant het klooster en aan de andere kant de Mariaschool, en precies daartussen lag mijn begin: de kleuterschool De Engelbewaarder.
 
De dag begon altijd hetzelfde. Met een gebed. Op de kleuterschool was dat het Wees Gegroet Maria. Kleine stemmen, nog wat onwennig, maar allemaal tegelijk, alsof je meteen in een ritme werd getrokken waar je niet aan kon ontsnappen. Later, op het voortgezet onderwijs, werd dat het Onze Vader. Het hoorde erbij, net zoals de jas aan de kapstok en het zitten op je stoeltje. Je dacht er niet over na, zo ging dat gewoon.
 
In mijn eerste kleuterklas zat ik bij juffrouw Van Dijk. Dat was nog een gewone juf, iemand van buiten het klooster, al voelde dat toen helemaal niet zo. Het jaar daarna kwam ik bij Zuster Damiani, en daarmee stapte ik weer volledig die andere wereld in. Een zuster in het bruine habijt van de franciscanessen, rustig, beheerst, met een aanwezigheid die meer zei dan woorden ooit konden doen.
En nee, die leidsters hadden geen voornaam. Dat haalde je je niet in je hoofd. Het was juffrouw Van Dijk of Zuster Damiani, en daarmee was alles gezegd. Dat gaf meteen afstand, maar ook duidelijkheid. Je wist wie zij waren en wat jouw plek was.
 
Binnen rook het naar jassen, krijt en die typische schoollucht die je alleen daar had. Kleine tafeltjes, lage stoeltjes, alles nog overzichtelijk en klein. Maar de structuur was groot. Alles had een vaste plek, een vaste volgorde, een vaste manier van doen.
Maar eerlijk is eerlijk: ik vond er niks aan. Terwijl anderen speelden en lachten, zat ik daar en voelde ik het al. Dit was geen spel, dit was het begin van iets wat lang zou duren. En ergens, als kind al, wist ik het bijna zeker: dit gaat nog jaren zo door. De komende twintig jaar zouden zwaar worden op school, dat gevoel zat er toen al in.
 
Buiten op het schoolplein was er ruimte om te rennen en te spelen, maar zelfs daar voelde ik dat er grenzen waren. Je wist wanneer het kon en wanneer het klaar was. Eén blik van de zuster was genoeg. Geen geschreeuw, geen gedoe, gewoon orde.
 
Alles hoorde bij elkaar en dat maakte het zo sterk. De zusters kwamen uit het klooster, liepen zo de school binnen en namen hun manier van leven mee de klas in. De Engelbewaarder was geen los gebouw, maar een schakel tussen het klooster en de lagere school. Ik begon daar en liep daarna zonder echte overgang door naar de Mariaschool. Het voelde niet als een nieuwe stap, maar als doorgaan op dezelfde weg.
 
Niemand sprak over onderwijsvernieuwing of methodes. Het was helder en overzichtelijk. Misschien juist daarom werkte het. Iedereen wist waar hij aan toe was.
 
Nu is dat systeem verdwenen. De zusters zijn weg, het klooster heeft een andere functie gekregen en alles is los van elkaar komen te staan. Maar als ik eraan terugdenk, zie ik het weer voor me. Dat begin in 1971, dat gebed in de klas, die namen zonder voornamen, en dat gevoel dat het leven op school toen eigenlijk al vastlag.
 
 
 
 
 
 
 
 

Rode Loper

Je loopt de Petruskerk in Uden binnen… en vanzelf vertraag je.
Daar ligt hij.
Die rode loper.
 
Als een warme lijn door het midden van de kerk, recht naar voren, recht naar het hart.
Langs de banken die al generaties hebben gedragen.
Langs de stilte die hier anders klinkt dan buiten.
In deze kerk is die loper geen aankleding.
 
Hij is een weg.
 
Bij elke mis wordt hij opnieuw bewandeld.
De priester die opkomt, de misdienaars erachteraan, stappen die niet gehaast zijn maar gedragen.
Alsof de tijd hier even buigt voor wat er gaat gebeuren.
Voor het moment waarop het gewone wordt opgetild,
waar brood en wijn meer worden dan wat ze lijken.
 
En op de grote dagen in Uden…
Kerstmis, als het licht zacht door de ramen valt.
Pasen, wanneer hoop bijna tastbaar wordt.
Dan leeft die loper nog meer.
 
Dan draagt hij de voetstappen van een hele gemeenschap.
Mensen die komen met hun verhalen, hun zorgen, hun dankbaarheid.
Voorin wacht het altaar.
Verhoogd, in het licht, bijna als een ankerpunt in de ruimte.
Geen afstand, maar richting.
En de kaarsen…
die branden zoals ze hier al zo vaak hebben gebrand.
Stil, trouw, zonder opsmuk.
 
Als kleine bakens van hoop in een wereld die vaak te snel draait.
Misschien is dat wat de Petruskerk zo bijzonder maakt.
Dat alles hier nog klopt.
Dat een rode loper geen tapijt is, maar een pad.
Dat een kerk geen gebouw is, maar een plek waar het leven even stil mag staan.
 
En als je daar dan loopt…
over dat rood, naar het licht…
dan voel je het.
Dit is Uden.
En dit is van ons allemaal.

V&D de winkel die voor Uden te laat kwam

 
Soms begint een verhaal niet bij een opening, maar veel eerder, ergens in de tijd dat Uden langzaam groeide en het gevoel kreeg dat het meer wilde zijn dan een dorp alleen. In de jaren zeventig leefde al de wens voor een echt warenhuis, zo’n plek waar je niet alleen iets ging kopen, maar waar je gewoon naartoe ging om te kijken, rond te lopen en even onderdeel te zijn van de drukte.
V&D kwam niet naar Uden maar ging naar Oss. Uden moest het doen met de Vendet, aan de Margrietstraat net buiten het centrum. Het was een winkel waar je kwam, waar herinneringen liggen, maar het bleef het kleinere broertje, je had iets, maar niet het echte waar je eigenlijk op hoopte.
 
Dat gevoel bleef hangen, ook toen het centrum zich langzaam ontwikkelde en plannen kwamen en gingen. Totdat met de komst van Centrum-West en de Hoek Promenade ineens alles in beweging kwam en V&D alsnog naar Uden zou komen. Dat was geen klein nieuws, dat was groot, want daarmee kreeg Uden eindelijk dat warenhuis waar al zo lang over werd gesproken.
Toen de deuren in 2015 opengingen, voelde het alsof het eindelijk klopte. Je liep naar binnen en zag meteen dat dit anders was, groter, lichter, ruimer. Boven kon je zitten bij La Place met een kop koffie, terwijl je uitkeek over het centrum, met dat mooie zicht op de Petruskerk, en voor het eerst had Uden roltrappen in zo’n grote winkel. Het had iets vanzelfsprekends, alsof het er altijd al had moeten zijn.
 
Maar onder dat alles zat een werkelijkheid die al lang bekend was. Terwijl de bouw van het hele complex nog bezig was, waren de problemen bij V&D al zichtbaar. Het concern wankelde, de cijfers stonden onder druk en de toekomst was allesbehalve zeker. En toch werd er doorgebouwd, werd de winkel ingericht en werd de opening voorbereid alsof er niets aan de hand was.
Daardoor kreeg Uden uiteindelijk iets wat eigenlijk al geen toekomst meer had. Wat als een begin voelde, was in werkelijkheid een laatste hoofdstuk dat al geschreven was voordat de eerste klant binnenkwam.
 
Nog geen jaar later gingen de deuren weer dicht en bleef er een vreemd gevoel achter. Niet omdat Uden het niet wilde of omdat het niet werkte, maar omdat het nooit echt de kans heeft gekregen.
De conclusie is dan ook niet dat het kort voelde of lang, maar dat het vanaf het begin al een verhaal was waarvan het einde vaststond. Een winkel die werd gebouwd terwijl het fundament eronder al scheurde.
 
En dat maakt het misschien wel zo bijzonder en tegelijk zo wrang, dat Uden veertig jaar heeft gewacht op iets wat op het moment dat het kwam, eigenlijk al voorbij was.

De Stoomtram

De Kapelstraat/Oude Kerk.

Er zijn foto’s die je niet alleen bekijkt… je stapt er bijna in. Alsof je even een deur opent naar een andere tijd. Deze ingekleurde opname van de Kapelstraat ergens midden jaren dertig is zo’n beeld. Je hoeft je ogen maar een beetje dicht te knijpen en je hoort het bijna: het zachte gesis van stoom, het ritmische tikken van metalen wielen op rails, en ergens in de verte het rustige gerinkel van een fietsbel. Dwars door de Kapelstraat liep toen de stoomtram die Veghel, Uden en Oss met elkaar verbond. Geen onbelangrijke lijn, maar een echte levensader. Niet alleen mensen stapten hier in en uit, ook melk, landbouwproducten, vee, post en goederen voor de winkels reisden met de tram mee. Kijk eens goed naar die rails. Ze liggen er bijna brutaal dicht langs de voordeuren. Alsof de tram dwars door de huiskamers van Uden reed.

Links staan de typische Brabantse burgerhuizen uit de late 19e eeuw. Stevige bakstenen gevels, groene luiken, vaak een winkel of werkplaats aan huis. Misschien zat er in dat pand wel een kruidenier, een café of een kleine handel. In die tijd werkte men letterlijk voor en achter dezelfde voordeur.Op straat heerst een rust die je vandaag bijna niet meer kunt voorstellen. Een eenzame fietser. Misschien een bakker die net zijn ronde heeft gedaan. En daar rijdt een vroege automobiel – waarschijnlijk een Ford, Opel of Chevrolet uit de jaren dertig. In een dorp als Uden waren er toen maar een handvol auto’s. Vaak van de dokter, een notaris, de burgemeester of een welgestelde handelaar. Als zo’n wagen voorbij reed, keek men die nog even na.

De meeste mensen verplaatsten zich simpelweg met de fiets, te voet, met paard en wagen of natuurlijk met de tram. Het leven speelde zich af in een rustig ritme. Overdag werkten boeren op de omliggende velden, ambachtslieden in hun werkplaats en deden vrouwen hun boodschappen bij bakker, slager of kruidenier. In de middag werd er gepraat op straat of in het café. ’s Avonds waren er kerkactiviteiten, fanfare, gilde of een kaartspel aan een houten tafel.

De oude kerk bij het huidige Piusplein was toen al verdwenen uit het straatbeeld, maar de Kapelstraat bleef wat ze altijd geweest is: de ruggengraat van Uden. Hier liep het leven. Hier kwam men elkaar tegen. Hier reed de tram die het dorp verbond met de wereld daarbuiten. In 1939 verdwenen de tram en tijdens de oorlogsjaren werden de rails geruimd. De stoomtram was geschiedenis en het dorp veranderde langzaam van tempo. Maar helemaal weg is hij nooit gegaan. Hij zit nog in de verhalen van opa’s en oma’s.
In vergeelde fotoalbums. En buslijn 157 rijdt nog steeds grotendeels via het oude tracé naar Oss via Nistelrode en Heesch.

En soms, heel even, in zo’n beeld waar het verleden weer tot leven komt. En dan denk ik wel eens: misschien was Uden toen kleiner… maar de verhalen waren groter.

Toen de tram nog zuchtte langs geloof en barmhartigheid. 

Waar geloof, zorg en vooruitgang elkaar kruisten
Er hangt een dunne nevel over de Kerkstraat. De klinkers, kinderkopjes, glanzen nog van de nachtvorst, en de eerste zon zoekt haar weg langs de gevels. Links het woonhuis uit 1880, gebouwd voor een man van aanzien.

Langs de straat, half in beeld, liep ooit het spoor van de stoomtram die van Oss via Uden naar Veghel reed. De bel, het zuchten van de locomotief, het schuren van staal over staal, het was de adem van een streek in beweging. De tram bracht melk, meel, post en mensen. Tot de tijd hem inhaalde: eerst kwam buslijn 57, later 157, en vandaag wordt zelfs die verbinding weer bediscussieerd. De geschiedenis rijdt in rondjes, fluistert men in Uje.

Aan de rechterzijde, achter de rij leilinden, lag het Gasthuis van de Barmhartige Zusters H. Carolus. Zij vestigden zich hier in 1877, gevlucht uit Duitsland voor de Kulturkampf, en begonnen een klein huis voor zieken, armen en ouderen. Daar, tussen gebed en plicht, ontstond de Udense gezondheidszorg. In 1935 groeide het uit tot het Sint-Jansgasthuis, later Huize Sint-Jan. Maar hier, aan deze straat, klopte het eerste hart van de zorg. Niet uit beleid, maar uit barmhartigheid.

Verderop rees het College van het Heilige Kruis. Geen gewone school, maar een groot seminarie van de Kruisheren, waar jongens met een priesterroeping werden gevormd. Ze kregen er een brede gymnasiale opleiding, maar ook lessen in discipline, stilte en zelfbeheersing – voorbereiding op het celibataire kloosterleven. Achter het college stond de Kruisherenkapel, ingetogen en waardig, een toren die niet heerst maar waakt.
De Kerkstraat van toen was een wereld op zichzelf: zorg, geloof, kennis en vooruitgang binnen één straatbeeld. En tussen die werelden liep de tram, smal, glanzend, tijdelijk.

Wie er nu loopt, hoort geen bel meer rinkelen, geen koor meer zingen. Maar als de wind goed staat, lijkt het even alsof ergens achter de muren nog iets nadreunt: het zachte geratel van een wagon, het gefluister van een gebed, en de echo van een dorp dat ooit geloofde dat toewijding geen keuze was, maar een richting.
Echt Uden. Toen de tram nog zuchtte langs geloof en barmhartigheid.