
Er zijn foto’s waar je niet gewoon naar kijkt.
Je valt er een beetje in.
De Markt in Uden, 1989. Ik was 22. Nog jong genoeg om te denken dat alles nog moest beginnen. Werk, leven, plannen, fouten maken, opnieuw beginnen, alles lag nog zo’n beetje voor me.
En nu kijk ik naar die foto en denk ik: verrek, dit is alweer 37 jaar geleden.
Links zie je de Albert Heijn van toen, waar later Scapino zat. Achter die AH lag de Flipperbar nog verscholen in het straatbeeld. Verderop stond de busremise, op de plek waar nu juist weer de Albert Heijn zit. Daarnaast het huis en bedrijfspand van Van Grinsven.
Een soort Udense schuifpuzzel, maar dan eentje waar je eigen leven tussen zit.
En die glascontainers natuurlijk. Vaal, lelijk, vol posters en vaak met troep eromheen. Maar ze hadden wel iets. Leeggoed erin gooien was geen stille handeling, dat was een klein concert. Kletter, kleng, rinkeldekinkel. En eerlijk is eerlijk, als je jong was gooide je die fles er natuurlijk nét wat harder in dan nodig was.
Eerst ging al het glas gewoon bij elkaar. Later moest het ineens op kleur. Groen, bruin en wit apart. Eerst met losse containers, daarna met compartimenten. En uiteindelijk verdwenen die lelijke herriebakken ondergronds. Netter, stiller, mooier misschien. Maar ook weer een beetje minder echt.
Wat vooral opvalt: de façade van de Markt is in die 37 jaar compleet veranderd. Niet een beetje opgefrist, maar echt van gezicht gewisseld. Waar je toen nog losse panden zag met ieder hun eigen functie en rommelrandje, zie je nu een veel strakker centrumbeeld. Appartementen, winkels en horeca, keurig in het gelid.
Vooruitgang? Ja, natuurlijk.
Maar er is ook iets verdwenen.
De Markt was toen nog een mengsel van winkels, bussen, café, transportbedrijf, glasbakken en gewone Udense bedrijvigheid. Niet mooier misschien. Niet beter in alles. Maar wel rauwer. Gewoner. Minder bedacht.
1989 was het jaar waarin de Berlijnse Muur viel en de wereld begon te kantelen. De wereld leek ineens veiliger te worden. Sterker nog: Europa leek onderweg naar een soort eeuwige vrede. Grenzen gingen open, vijanden werden buren, en de toekomst leek even minder dreigend.
Helaas bleek dat ook een utopie.
De geschiedenis nam alleen een andere bocht. Niet meteen, niet op die foto, niet op die Markt in Uden. Daar liep het leven gewoon door. We deden boodschappen, wachtten op de bus, gooiden glas in de bak en dachten dat morgen ongeveer hetzelfde zou zijn als vandaag.
Alleen hadden we toen niet door hoe snel alles kon veranderen. Niet in de wereld. Niet in Uden. En ook niet in onszelf.
Ik was 22.
Ik moest nog aan alles beginnen.
En nu kijk ik naar deze foto en denk ik:
dat was mijn Uden. Je wist niet beter dan’…alles komt goed”

